Désanne van Brederode
Voor dit stukkie met plaatjes en onderschriffies moet u hiero wezen.

Zo nu en dan, als de sterren juist staan, sta ik op zondagochtend weleens vroeg genoeg op om de salonintellectueel uit te hangen en eerstnaar Boeken en dan naar Buitenhof te kijken. Soms komp het zelfs voor dat ik een staartje van het piep- en ploinkprogramma Vrije Geluiden meepik, waarvan ik de presentator het een keer heb zien klaarspelen om het niet ondeskundige rockgroepje Hospital Bombers naar hun instrumenten te sturen met de vraag ‘welke compositie’ ze van plan waren te spelen. Maar dat terzijde.
AlsBuitenhof om vijf voor twaalf wordt aangekondigd, hoop ik altijd dat decolumnist van dienst Désanne van Brederode is. Niet om te genieten vanhaar ‘zorgvuldig geformuleerde’ en ‘mooi met taal werkende’ zinnen(zoals het op deze plek ooit eens werd verwoord), maar juist omdat ik mij dan lekker in ouderwetse ergernis kan wentelen.
Désannevan Brederode. Wie met zo’n naam op de wereld wordt gezet is gedoemd omeen leven lang, hunkerend naar hoofse liefde, geen spiegel voorbij tegaan zonder even een blik op zichzelf te richten. Je ziet het al hoe zenaast het katheder van Buitenhof staat. Daar staat een meisje dat langvervlogen normen en waarden in ere houdt, een meisje met verhevenidealen die de waan van de dag mijlenver weten te ontstijgen, eenmeisje dat weet hoe ze zich moet kleden, en dat er voor kan zorgen datde wereld een heel klein beetje liever zou worden als zij eindelijkbaas zou zijn van het journaal.
Het eerste wat mijn ergenisalarm altijd hevig doet loeien, ishaar trommelvliezen teisterende stemgeluid. Ze klinkt als Femke Halsemadie met zo’n Calimero-stemmetje een klein meisje nadoet. Vrouwen vanrond de dertig praten wel eens op die wijze met elkaar als ze aan derest van het café willen laten zien dat ze goeie vriendinnen zijn.Désanne van Brederode klinkt altijd zo. Bovendien lijkt ze elk momentop het punt aan te belanden dat ze breekt en in huilen uitbarst. Daarkan zij niks aan doen, hoor ik u zeggen, en dat kan wel zijn, maar watik de avond ervoor ook gegeten heb, het heeft altijd een desastreusewerking op mijn maaginhoud. Het duurt nooit lang voordat de eersteoprispingen zich aanmelden. En dat mag ik haar misschien wel nietkwalijk nemen, ik merk altijd dat ik dat wel doe. Praat eens normaal,hoor ik mezelf dan naar het TV-scherm schreeuwen. Maar ze gaat gewoondoor.
En waar ze mee doorgaat, is het verkondigen van haarmening. En die mening, waar die ook over handelt, is altijd evencorrect, even saai, even braaf, bevat altijd dezelfde zweem vandoordachtzaamheid, dezelfde zelfgenoegzaamheid, en (en dat is nog hetergste) hetzelfde dédain jegens mensen die wat minder verheven denkendan zij. Maar als je door al die schone schijn heen weet te prikken (endat is meestal niet zo moeilijk), slaat het meestal nergens op.
Zo sprak ze een paar maanden geleden over haar bezoek aan Wenen tijdens de Kerstvakantie.Zij belandde toen, terwijl zij rustig met haar gezin aan de hotelbarzat, tussen een troep bejaarde Nederlandse hotelgasten, die netterugkwamen van een of andere Strauss-uitvoering. Ik citeer even: "Naafloop van het concert, aan de hotelbar, gedroegen ze zich alsbrallende pubers. ‘Die wijn is troep! Hoho, niet voordringen! Ik zeg:in Holland had ik mijn pilsje allang gehad! Maar dat versta jijzogenaamd niet, hè?’" Speciaal voor de gelegenheid declammeerde ze decitaten van de bejaarde hotelgasten met een Amsterdams accent, dat zeuiteraard geenszins beheerste, omdat het een net meisje is.
Haar geliefde Wenen bleek tot een commerciële kermisverworden waar brallende Hollandse bejaarden de dienst uitmaakten.Gelukkig nam ze de volgende dag de streekbus naar Beethovenswerkadressen: "Het viel op dat de weinige Beethovenliefhebbers,Russisch, Japans, Frans, Amerikaans of Italiaans, niet haastig,geërgerd en kwebbelziek langs de gedenktekens marcheerden, de camera inde aanslag: ze namen voor elk detail de tijd." Geen Hollander tebekennen, kortom. Om het te verpesten voor de rest.
Hierovernadenkend komt vrouwe Van Brederode tot een verbluffende ontdekking:"Identiteit heeft niets met Blut und Boden te maken, of, wat netter,met je wieg en wortels, maar alles met je lievelingsmuziek." En dankrijgt ze een idee: "Misschien kunnen we nieuwe landen maken, een landvoor Mozartfans, voor Bachadepten, een land voor Beethovenvereerders.Vrij internationaal verkeer gegarandeerd, maar je weet: bij een bezoekaan Straussland de oordopjes mee, niet om de Nieuwjaarswalsjes tevermijden, maar om overeind te blijven tussen de agressief luidruchtigebewoners."
Een weinig subtiel weet ze vervolgens een verbandte trekken tussen Jörg Haider-aanhangers en Strauss-liefhebbers, tussenbrallende bejaarde Hollanders en xenofobie. Waarna ze in één moeitedoor beweert dat het wel meevalt met de xenofobie van de luidruchtigenzolang ze hun muziek maar van over de grens halen. Alsof het bloed ende bodem van Strauss zo heel erg ver afstaan van de Hollandse kleiwaaruit Fransje Bauer is getrokken.
Ik bedoel, het slaat nergens op. En het maaktbovendien duidelijk in wat voor wereld Désanne van Brederode leeft. Ineen wereld waarin luidruchtige Hollandse bejaarden die je kerstrustkomen verstoren je grootste nachtmerrie vormen. In een wereld waarinxenofobie niets meer is dan een oprisping waarover je je geen enkelezorgen hoeft te maken zolang mensen naar buitenlandse componistenluisteren. En in een wereld waarin er geen andere muziek bestaat danklassieke muziek. Dat er mensen bestaan die graag de polonaise doen opde wanstaltige walsjes van Johan Strauss luisteren, valt te overzien.Zolang je je oordopjes maar bij je hebt en je je kunt terugtrekken naarBeethovenland, waar iedereen "het hele jaar aandachtig naar muzikaalvuurwerk luistert, zonder er hard doorheen te klappen." Maar ik dan?Naar welk land zal ik moeten worden gedeporteerd? Afgelopen vrijdag hebik nog uitbundig staan meeschreeuwen met en bier gegooid naar de ClawBoys Claw. Ik vrees dat ons Buitenhofprinsesje het niet had overleeft.Eeuwig op de vlucht voor de klassiekfundamentalisten zal mijn lotvermoedelijk zijn, opgejaagd door de vazallen van Désanne vanBrederode, tot ik mij voorgoed onvindbaar maak in een grot in ToraBora.
