BLS 1.13: Het was maar een grapje, Abraham
april 16, 2008
Door op 13:18

In de Bijbel Lees Sessies (BLS) doet Max J. Molovich verslag van zijn poging de bijbel van begin tot eind te lezen. Wilt u dit lezen met plaatjes en onderschriffies, dan moet u hier zijn.

Abraham en Isaäk 2

Wie veel drinkt in gezelschap loopt het gevaar op gezette tijden ineen zogenaamde filosofische discussie te belanden. Op zulkegelegenheden, die met een behoorlijke regelmaat plaatsvinden in huizeMolovich, mag mevrouw Molovich graag aanhalen wat zij ooit over Kierkegaardheeft geleerd, te weten de drie stadia van het bestaan: hetesthetische, het ethische en het religieuze. Het eerste stadium (hetesthetische dus) zou belichaamd worden door Mozarts creatie van DonJuan, die op aarde is om zoveel mogelijk vrouwen te veroveren. Hij istotaal egocentrisch en ziet de vrouw als gebruiksvoorwerp dat alleenbetekenis heeft wanneer ze zijn lusten weet te bevredigen. Eennarcistisch roofdier, dat enkel en alleen leeft om zijn seksuele hongerte stillen. Het stadium waarin Joran van der Sloot verkeert, kortom.

Het tweede stadium (het ethische) wordt belichaamddoor Socrates, een enorme pain in the ass die in de vijfde eeuw voorChristus zijn Atheense stadsgenoten het leven zuur maakte door henvervelende vragen over zichzelf te laten beantwoorden (onder het motto:ken uzelf en u kent God), waardoor hij zo onuitstaanbaar werd dat hetgeen verbazing mag wekken dat de Atheners op een gegeven moment genoeghadden van dat hooghartige gedoe en Socrates dwongen zelfmoord teplegen. Dat deed Socrates vervolgens nog ook, waarbij hij van degelegenheid gebruik maakte om zijn treurende vrienden met flauwegrapjes te ‘vermaken’. De man nam, kortom, niets serieus, zelfs zijneigen dood niet. Dat hij bereid was om voor zijn ideeën te sterven,maakte hem volgens Kierkegaard de ethicus bij uitstek. In deze vragendezeur herkennen wij Peter R. de Vries, wiens ‘vind je dat normaal ofzo?’ en ‘doe je dat thuis ook?’ de hedendaagse varianten zijn vanSocrates’ “wat is dat eigenlijk, goedheid?”Hetderde stadium (het religieuze) komt ons wat wereldvreemd voor vandaagde dag. Kunnen wij Socrates, die bereid was voor zijn ideeën testerven, nog begrijpen; met iemand die zich overgeeft aan iets watvolledig buiten zichzelf ligt, kunnen wij ons steeds moeilijkeridentificeren. Als belichaming van het derde stadium koos KierkegaardAbraham, de man die bereid bleek zijn zoon op te offeren voor God.Abraham had zoveel vertrouwen in het hogere dat hij zelfs geen moeitehad zijn nageslacht op te geven. Over die belangrijke passage uit debijbel wilde ik het vandaag graag met u hebben.

Voor het zoverwas, gebeurde er nog wel het een en ander. Zo loog Abraham voor detweede keer in zijn leven dat zijn vrouw zijn zuster was uit angst teworden vermoord door geile bewoners van het land waarin hij in diedagen vertoefde. Dat zijn vrouw inmiddels ruim de negentig wasgepasseerd mocht kennelijk geen probleem heten, want inderdaad: al snellaat koning Abimelech Sara weghalen om haar tot zich te nemen. Gelukkigbesluit God om Abimelech te waarschuwen voordat hij de fout begaatseksuele gemeenschap met Sara te hebben. Uit voorzorg had hij overigensalle vrouwen in de buurt van Abimelech onvruchtbaar gemaakt. WaarnaAbimelech de volgende dag Abraham laat komen om te vragen waarom dezegelogen had. Ja, zegt Abraham, dat zit zo: ik was bang dat jullie mezouden doden om mijn vrouw, bovendien (en nu komt de aap uit de mouw):“En bovendien is zij werkelijk mijn zuster; zij is de dochter van mijnvader, maar niet de dochter van mijn moeder; en zij is mij tot vrouwgeworden.” (Gen. 10:12)

Datgeeft nogal een hele andere betekenis aan het gezegde ‘als broer en zusleven’, want in het volgende hoofdstuk lukt het Abraham eindelijk ombij zijn hoogbejaarde halfzus een zoon te verwekken, die zij Isaäknoemen. Sara is als een kind zo blij, en lacht de hele dag, ondanks deongetwijfeld pijnlijke bevalling. Ze kan, kortom, haar geluk niet op.Totdat ze zich ineens weer bedenkt dat Abraham nog een zoon heeft, diehij bij de slavin Hagar had verwekt. En Sara draagt Abraham op om Hagarmet haar zoon de woestijn in te sturen en hoewel Abraham het hiereigenlijk niet mee eens is, doet hij dit toch, omdat God heeft gezegddat hij naar Sara moet luisteren. Om een lang verhaal kort te maken: inde woestijn komen Hagar en Ismaël bijna om van honger, dorst enuitputting, totdat God hen een waterput wijst en belooft dat uit Ismaëleen groot volk zal voortspruiten. Ismaël zal de stamvader van deArabieren (en daarmee van de Islamieten) worden, Isaäk van de Joden.Volgens de Koran is het Ismaël die door Abraham bijna geofferd wordt,volgens de Bijbel is het Isaäk. En aangezien dit de Bijbel Lees Sessieszijn, gaan wij voor het tweede verhaal. Maar dat zal voor morgen zijn,want anders wordt dit verhaal wat lang. En u heeft vermoedelijk wel watbeters te doen.

"Hiernagebeurde het, dat God Abraham op de proef stelde.” (Gen. 22:1) Op diemanier wordt een van de belangrijkste en tevens een van de meesthuiveringwekkende verhalen van de bijbel ingeleid. Op dezelfdeachteloze manier als God ooit Adam tot Zich riep, vlak voordat Hij hemhet paradijs uit gooide, roept hij nu de naam van Abraham. Abraham, dieniets door heeft, antwoord opgewekt: “Hier ben ik.” (Gen. 22-2) En dan,uit het niets, op volmaakt valse wijze, stelt God Zijn vraag: “Neemtoch uw zoon, uw enige, die gij liefhebt, Isaäk, en ga naar het landMoria, en offer hem daar tot een brandoffer op een der bergen, die Ik unoemen zal.” (Gen. 22-3)

Bemerk diesmerige opbouw in Gods vraag. Het begin klinkt als een vriendelijkverzoek om er eens tussenuit te gaan. Neem eens een dagje vrij,Abraham, en neem je zoon mee, je enige zoon, je zoon van wie je zoontzettend veel houdt, die zoon die je niet de woestijn in hebtgestuurd. Ga toch eens wat leuks doen met z`n tweeën, een beetje dieband tussen vader en zoon versterken! Ga naar Moria, daar hebben ze eenleuke speeltuin, daar kunnen jullie samen een ijsje eten. En o ja, alsje daar toch bent, offer Isaäk dan gelijk even voor me, wil je? Bijvoorbaat hartstikke bedankt!

En Abraham, religieuze gek die hijis, trekt Gods onmetelijke wijsheid niet in twijfel, verrekt geen spieren doet wat van hem verlangd wordt. De volgende dag gaan hij en zijnzoon, in het gezelschap van twee knechten, op pad naar de berg dieaangewezen zal worden als ze er zijn. Het blijkt nog een hele trip: pasde derde dag ziet Abraham, bij het ontwaken, de berg waar hij zijn zoonmoet offeren. Hij vraagt zijn knechten halt te houden, en hij gaat metzijn zoon alleen verder. Abraham geeft zijn zoon het brandhout waaropdeze niet veel later zou moeten branden. Hijzelf neemt het vuur en hetmes met zich mee. En zo gaan ze met z’n tweetjes op weg.

Detocht naar de offerplaats is hartverscheurend. Isaäk, het schranderejoch, bemerkt al snel dat er iets vreemds aan de hand is. Kinderenvoelen zoiets. Vader is wat stilletjes. En bovendien: ze hebben allesbij zich, behalve een lam om te offeren. “Toen sprak Isaäk tot zijnvader Abraham en zeide: Mijn vader, en deze zeide: Hier ben ik, mijnzoon. (Bemerk hier overigens hoe Abraham een beetje de manier van spreken van God overneemt, nu hij tot zijn zoon spreekt, red.).En Isaäk zeide: Hier is het vuur en het hout, maar waar is het lam tenbrandoffer?” Abraham antwoordt dat God Zichzelf zal voorzien van eenlam ten brandoffer. Ik stel me zo voor dat de tranen over Abrahamswangen biggelden terwijl hij dit antwoord gaf, en dat hij de snik inzijn stem probeerde te verbergen en daardoor wat zachtjes klonk, zodathij het antwoord moest herhalen.

De manier waarop Abraham zijnzoon uiteindelijk op het altaar legt, wordt zonder enige opsmukbeschreven. Er staat eenvoudigweg dat Abraham een altaar bouwde, hethout schikte, Isaäk vastbond, en hem bovenop het hout legde. Daaropstrekte Abraham zijn hand uit en nam het mes om zijn zoon te slachten.Er komt geen gejank aan gepas, geen dramatische smeekbedes van de zoonaan zijn vader, het drama lijkt zich in volmaakte sereniteit af tespelen.

Maar net als Abraham op het punt staat om zijn zoonte slachten, daalt de Engel des Heren neer om te vertellen dat hetallemaal een grapje was. Voor het eerst in de bijbel lijkt God (in degedaante van de Engel des Heren) een beetje in paniek: “Maar de Engeldes Heren riep tot hem van de hemel en zeide: Abraham, Abraham!” (Gen.22-11) Zowaar, de Here durft Zich voor de gelegenheid zelfs eenuitroepteken te permitteren. Dat had God niet verwacht, dat Abraham Hemzo serieus zou nemen. Niet dat Hij dit toegeeft. God zou God niet zijnals Hij er geen Zichzelf bevestigende draai aan wist te geven: “Strekuw hand niet uit naar de jongen en doe hem niets, want nu weet Ik, datgij godvrezend zijt, en uw zoon, uw enige, Mij niet hebt onthouden.”(Gen. 22-12) Ik vind: zo ga je niet met je onderdanen om. Totaleovergave is niet iets om luchthartig over te doen, daar mag je niet meespelen. Dat God daar anders over denkt, zal later bijvoorbeeld ook Jobnog duur komen te staan. Maar dat duurt nog een paar duizendbladzijden.

Als Abraham even later zijn ogen weer opslaat,ziet hij een ram in de struiken staan. “En Abraham ging en nam de ramen offerde hem ten brandoffer in plaats van zijn zoon. En hij noemdedie plaats: De Here zal erin voorzien.” (Gen. 22-13-14) Nee, eniggevoel voor understatement valt Abraham niet te ontzeggen. God,ongetwijfeld overspoeld door gevoelens van spijt, schaamte en wroeging,zweert dat Hij Abraham en diens zoon rijkelijk zal zegenen. En voor dezoveelste maal belooft hij Abrahams nageslacht zeer talrijk te maken:“Als de sterren des hemels en als het zand aan de oever der zee, en uwnageslacht zal de poort zijner vijanden in bezit nemen. En met uwnageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naarmijn stem gehoord hebt.” (Gen. 22-18) Dat is wel het minste wat je kandoen, denk ik dan.

Abraham en Isaäk keren vervolgens terugtot de knechten. Wat Abraham en Isaäk elkaar hebben gezegd toen ze deberg afwandelden, zegt de bijbel niet. Ik stel me zo voor dat Isaäkniet precies begreep wat hem was overkomen. Ben ik nu werkelijk aan dedood ontsnapt, wilde mijn vader mij nu echt offeren aan zijn God? Datzou hij zich hebben afgevraagd, maar hij zou de vraag niet hebbendurven stellen, bang als hij was voor het antwoord. En ik stel me zovoor dat Abraham zocht naar woorden om tegen zijn zoon te zeggen,woorden om hem gerust te stellen, woorden om de sfeer wat teverluchtigen, hij zocht de juiste woorden, maar wist deze niet tevinden, en bleef dus maar zwijgen. Vader en zoon, daar lopen ze, deberg af, zonder iets te zeggen.

Volgens Kierkegaard heeftAbraham met deze proeve van geloof het hoogste stadium van het menszijn bereikt. Enkel en alleen verantwoording aan God hoeven af teleggen, maar niet bij machte zijn je zoon te vertellen wat er zojuistgebeurd is. Ik noem het liever absolute waanzin.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>